Zoet-zout

In LHM is op verschillende manieren rekening gehouden met simulatie van transport van chloride.

In de ondergrond wordt onderscheid gemaakt tussen het corrigeren van stijghoogten voor dichtheidsverschillen, op basis van een initieel 3D chloride beeld, en het daadwerkelijk verplaatsen van zout. Voor de laatste toepassing is een NHI zoet-zout versie beschikbaar, gebaseerd op ondergrond uit LHM versie 2.0. Doorgaans wordt voor de landelijke toepassing niet gerekend met het verplaatsen van zout, maar worden met het zoet-zout model chloride concentraties afgeleid, behorend bij de referentiesituatie en klimaatscenario's, die als randvoorwaarden aan de onderkant van de deklaag worden opgelegd, waardoor het zoute water via kwel in de deklaag (het topsyteem) kan binnentreden. Het zoet-zout model is nog gebaseerd op verouderde software en schematisatie en de wens is deze op korte termijn te vervangen.

De basis voor het zoet-zout model is gelegd in 2008 voor LHM versie 1. De ondergrondschematisatie is voor het laatst gewijzigd in 2010, op basis van LHM 2.0.  In LHM 2.2 is het concept van zoute wellen in de ondergrond geintroduceerd (zie veranderingsrapportage NHI 2.2). In LHM 3.0 is de initiele chlorideconcentraties aan de onderkant van de deklaag licht verbeterd met behulp van gedetailleerde zoutmodellen voor Zeeland, Zuid-Holland, Flevoland en noordwest Friesland. Zie voor een beschrijving de veranderingsrapportages NHI 2.2 en NHI 3.0. In LHM 3.1.0 is de wijze van initialisatie van chloride geheel herzien, en een aantal fouten in de initialisatieprocedure hersteld (zie veranderingsrapportage LHM 3.1.0).

Zout in de bodem wordt gemodelleerd met Transol. De initiele condities zijn, na uitgebreide analyse van de simulatie van zout in 2013 en 2014, in versie 3.1.0 beter afgestemd op de zoutcondities in de ondergrond. De resultaten zijn vervolgens door externe partijen getoetst. Geconcludeerd is dat zout in d bodem nu technisch goed is geimplementeerd, maar dat voor volwaardige toepassing van de analyse van zout eerst nog de overige aanbevelingen genoemd in de integrale analyse van zou moeten worden opgevolgd, zoals het verder toetsen aan de hand van meetgegevens en mogelijk verbeteren van de parametrisatie.

In het oppervlaktewater wordt in de landelijke toepassing gerekend met de zoutbelasting uit zowel de ondergrond (interne verzilting), als belasting via het oppervlaktewater (externe verzilting). De externe verzilting wordt opgelegd via randvoorwaarden en resultaten van berekeningen met Sobek voor het Noordelijk Deltabekken (Sobek NDB). Hiervoor worden berekeningen dikwijls iteratief berekend door achtereenvolgens LHM, Sobek NDB en weer LHM te draaien. De laatste aanpassingen voor het oppervlaktewater zijn verricht in LHM versie 3.02 (zie veranderingsrapportage NHI 3.02).

Op dit moment kan de berekening van het chloride in het bodem- en oppervlaktewatersysteem nog niet als volwaardig onderdeel van de landelijke toepassing worden gezien, zolang de aanbevelingen van de analyse in de periode 2013 - 2015 niet zijn opgevolgd. Zie hiervoor de conclusies en aanbevelingen in de veranderingsrapportage van LHM 3.1.0, aansluitend bij de analyse van zout in NHI (2014) en de aanbevelingen van de wetenschappelijke klankbordgroep NHI.

Download